Gisterochtend is mijn eerste kat, Mickey, overleden.
Waarschijnlijk is hij heel rustig en vredig ingeslapen, in zijn eigen mandje in de schuur.
17 Jaar is hij geworden, ongeveer. Zeker weten doen we dan niet, want wij hebben hem van een oud-collega van mijn vader gekregen, en die heeft hem op de vogeltjesmarkt gekocht. Toen wij hem kregen was hij ongeveer 2 jaar oud en heel erg eenkennig. De zoon van de oud-collega was eigenlijk de enige die met hem om kon gaan. Toen hij bij ons kwam als “mijn” kat, heeft hij dagenlang bangig onder de bank gezeten. Tot ik zijn vertrouwen wist te winnen.
Daarna had hij maar voor twee mensen (min of meer) respect: mij en mijn vader.
Ik weet niet wat voor verleden hij heeft gehad, maar je kon hem niet oppakken of van voren benaderen om te aaien. Ook op zijn rug moest je voorzichtig zijn, zeker op zijn kont. Hij kon om niks flink uithalen of bijten, al verloor hij later in al zijn gevechten met de buurtkatten al zijn scherpe tanden. Menig bezoeker maakte de fout om hem van voren proberen te aaien. Dan greep hij je, maar beet nooit door.
Hij was erg speels en heel erg eigenwijs. Als mijn moeder hem niet op tijd eten gaf, beet hij haar in de enkels. Zeker de eerste jaren boterde het niet zo tussen mijn moeder en Mickey.
Vreemd genoeg was hij ondanks dat wantrouwen toch ook heel erg aanhankelijk. Hij wilde altijd bij me zijn, of bij iemand van de familie. Meestal als we ’s zomers gingen wandelen, liep hij gezellig mee, staart trillend in de lucht. Tot een bepaald punt dan, waar zijn territorium afliep. Daar bleef hij dan staan wachten tot we weer terug kwamen.
Als ik uit school kwam, wachtte hij me op de brug op. Ik hoefde maar te fluiten en hij kwam, waar hij in de buurt ook was, aanrennen. Zelfs toen ik al jaren het huis uit was, deed hij dat nog.
Vanwege de allergie van mijn vader moest Mickey een buitenkat worden. En dat was niet altijd even makkelijk. Doordat hij zo graag bij ons zat, op schoot, of naast de stoel. Uiteindelijk is er besloten dat hij, als er niemand thuis was, buiten moest zijn, en ’s nachts ook. Geen probleem voor hem, want hij had een hele grote geisoleerde schuur tot zijn beschikking, met eigen kattenluikje. Een eigen tuinhuisje dus…
Die schuur met eerst een doos met dekens en later een echt mandje was zijn eigen plek. Maar als er dan weer iemand thuiskwam of beneden was, was hij er als de kippen bij om weer naar binnen te gaan.
Mickey was het grote bewijs dat je katten prima kam trainen: Mijn ouders hebben hem geleerd niet op het vloerkleed dat onder de salontafel ligt te zitten. Daar liep hij dus keurig omheen. En hij wist heel goed dat hij er niet op mocht komen, want als ik dan weer eens thuis was, probeerde hij heel sneaky toch 1 pootje erop te zetten. En dan schuin naar mij kijken of ik er iets van zou zeggen.