Nieuwe bonbons
Zoals al langere tijd traditie is, trakteer ik met mijn verjaar op het werk bonbons (zelfgemaakt uiteraard).
Dit jaar wilde ik iets gedurfders dan hazelnoot praliné’s en kokos-limoen en heb ik me laten inspireren door de bonbons van Kees Raat. Hij heeft een boekje uitgebracht met daarin de recepten van zijn bonbons met bijzondere smaakcombinaties. Denk aan Amandel-Ansjovis of Wasabi of Geconfijte Knoflook.
Ik heb drie smaken gemaakt: Honing-Pistache-Pijnboompitten noga (met een jasje van chocolade), Tomaat-Balsamico en Sinaasappel-Kruidnagel.
Als chocolade heb ik callets van Callebaut gebruikt. Die had ik nog niet eerder geproefd en ik moet bekennen dat ik ze veel te zoet vind. De smaak van de chocolade is mooi rijk, maar ik houd gewoon niet van zoete chocolade. Geef mij maar bitter en intens. Volgende keer Valrhona, die is zoals ik het het lekkerst vind (maar ook meteen twee keer zo duur).
De noga was wel bijzonder. Ik heb nog nooit noga gemaakt. Achteraf vind ik het ook geen echte noga. Ik denk dan aan dat Montelimar spul. Wat ik nu gemaakt heb noem ik eerder caramel.
De basis wordt gemaakt van room en honing, die verhit wordt tot 129 C. Dat is wel grappig. Tot 100 graden ben ik nog voorzichtig (moet ook), maar de magie begint pas echt daarboven. Bij 100C gaat alles natuurlijk flink bruisen en bubbelen. Bij 120C verandert opeens de consistentie. Van licht en luchtig wordt het stroperig en geconcentreerd. Daarna meteen over de geroosterde noten gieten in een met bakpapier beklede vorm.
De Tomaat-Balsamico heb ik gekozen (eigenlijk hebben mijn collega’s de bonbons uitgekozen, maar dit was toevallig ook mijn keus) uit nieuwsgierigheid. Een ongebruikelijke smaakcombi in bonbons. Hoe zou dat uitpakken?
De azijn verwarmen met de tomatenpuree, suiker carameliseren, en dan de azijn bij de caramel gieten. Ik was wat huiverig, want als je een te koude vloeistof bij kokend hete caramel gooit gaat het heel erg gruwelijk mis. De azijn was gelukkig goed warm en alles ging goed.
Dan een homogeen mengsel maken met chocolade en boter. Yeah right. Volgens mij moet ik het daar meer voor laten afkoelen, want dat ging maar heel moeizaam.
Wederom in een bakvorm gieten en af laten koelen.
Tot slot de Sinaasappel-Kruidnagel. Mijn favoriete combi met chocolade, maar ik weet ook dat niet iedereen hier zo’n fan van is. Bedriegelijk simpel: Sinaasappelsap (biologisch, vers geperst), rasp van 2 sinaasappels (microplane raspen raspen schil zo fijn dat er geen greintje wit mee komt, geweldig) en wat kruidnagels samen een tijdje laten trekken. Witte chocolade erbij. Mijn witte chocolade was net niet meer genoeg, dus aangevuld met een beetje melkchoco. Dat geeft eigenlijk een nog betere kleur ook.
Bij het uitlikk- ehm, afwassen van de pan was ik al helemaal verkocht aan deze smaak. Gelukkig heb ik de meeste bonbons in deze smaak.
De dag erna de bovenkanten van de plakken insmeren met getemperde chocolade en hard laten worden. Daarna in blokjes snijden.
Tip: snijd pas in blokjes nadat je de bonbons flink gekoeld hebt, en ze niet – zoals bijna alle batches bij mij – op kamertemperatuur zijn. Dan krijg je chocoladescherven.
Nog meer chocolade smelten en proberen te temperen. Wat vanochtend zo goed lukte, gaat nu echt voor geen meter. Volgend jaar misschien. Het moet me ooit lukken. De hoge temperatuur bereiken lukt, koelen naar de lage temperatuur gaat ook, maar het op temperatuur houden lukt me gewoon niet. Met als resultaat gemengd dof/glanzend gestreepte of gestippelde bonbons. Ooit ga ik het leren.
En ja, als vanouds kom ik er tegen het eind achter dat ik toch echt veeeeeeeeeeel te veel bonbons heb. Ik geef mijn lief morgen maar de helft mee, anders eten we op mijn werk over twee weken nog steeds bonbons.
Ik heb een beperkte fotosessie gemaakt. Het zijn nieuwe bonbons voor mij en daar heb ik eigenlijk al mijn aandacht voor nodig. Niemand heeft er iets aan dat ik zout ipv suiker pak, maar wel prachtige foto’s heb. Maar goed, een kleine indruk dus.
























