Gisteren heb ik urenlang bij de dierenarts gezeten met Bamf. Ze is al een paar dagen duidelijk ziek, eigenlijk had ik het moeten kunnen merken op de dag nadat ik het artikeltje schreef over haar beddenvoorkeur. Toen lag ze opeens de halve dag op mijn verfromfraaide onopgemaakte bed. Totaal on-Bamfie.
Een ander teken aan de wand was misschien dat Lockheed weer een periode van liefheid en verder sociaal herstel had. Die kwam afgelopen weekend zelfs weer bij mij op bed “bedbugs” spelen. De onderlinge hierarchie van de katten was een beetje veranderd. Maar Lockheed lijkt van de andere kant ieder voorjaar even zo’n periode te hebben.
Vrijdagavond begon Bamf’s ziekte voor mij pas op te vallen, maar nog niet eens met de gedachte dat ze ziek was. Ze was heel erg plakkerig en bleef maar bij me op de bank liggen.
Zaterdag was ze net zo inactief. Weliswaar liep ze af en toe een beetje rond en ze ging ook naar buiten. Maar ze was duidelijk suffig. En hoewel ik haar een heerlijk bakje met gemalen vers hart voorzette, at ze daar nauwelijks van. Dan gaan bij mij toch eindelijk wat alarmbellen rinkelen. Bamf die hart laat staan??
Zondag is er geen verbetering. Ze eet nauwelijks, maar drinkt wel goed. Omdat ze wat moeite met het drinkbakje lijkt te hebben, verhoog ik dat, zodat ze niet zo ver naar beneden hoeft te buigen.
Free en ik twijfelen: zullen we de weekenddierenarts bellen of kijken we het nog even aan tot maandag?
Ze doet wel raar, maar in onze lekenogen doet ze niet super ziek. Ze rent ook nog af en toe buiten rond, het enige is dat ze heel veel op de bank slaapt en nauwelijks eet.
We wachten af tot maandag.
Maandagochtend is Bamf ijskoud. Ik maak me toch echt ongerust en neem me voor om naar de dierenarts te gaan. Om haar wat aan te laten sterken maak ik om vijf uur ‘s ochtends een kippenbouillon van wat vleugeltjes. De bouillon vindt ze heerlijk en wonderwel knapt ze daar zienderogen van op. Ze wordt wat levendiger en loopt weer wat meer rond.
Omdat het giet en ik haar niet 10 minuten lang aan die stromende regen, ijzige kou en gemeen scherpe wind wil blootstellen als dat niet absoluut nodig is, wacht ik met naar de dierenarts gaan.
Helaas komen dierenartsen in Den Haag niet aan huis.
Het gaat overdag heel erg goed, Bamf is duidelijk opgeknapt van de kippensoep en daar eet ze dan ook lustig van. Maar later op de avond zakt ze weer helemaal in. Haar neus is wit, net als haar tandvlees en de randen van haar ogen. Absoluut niet goed. Ze is ook weer ijskoud. De nooddierenarts zit aan de andere kant van de stad en ik zie het niet zitten om daar te voet (of tig keer overstappend met het OV) naar toe te gaan. Ik kan het vervoersmandje van de katten namelijk nauwelijks dragen. Ik neem me voor om de volgende dag weer te gaan kijken bij wat dierenwinkels of ze niet een vervoersmand met draagriem hebben.
Dinsdagochtend is Bamf nog meer verslechterd. Helaas heb ik die dag een heel erg belangrijk werkbezoek in Dordrecht. Ik heb moeten knokken om daar naartoe te kunnen. Typisch een dag dat je nou net niet thuis kunt blijven. Maar gelukkig ben ik op tijd weer terug in Den Haag. Meteen ga ik op mandjesjacht, en vind een canvas sporttas-achtige draagmand met stevige schouderriem. Kedua zou er niet in passen, maar Bamf of Lockheed wel.
De dierenarts is helaas pas om half 7 weer te bereiken, en dan moet je telefonisch eerst een afspraak maken om langs te kunnen komen. Dat trekt me niet. Ik voel me schuldig dat ik zo lang gewacht heb, en wil nu naar een dierenarts.
Mijn bovenbuurvrouw Marleen helpt me uit de brand: we gaan met de tram naar haar dierenarts. Dat is iets verder weg dan de mijne, maar nog steeds maar 3 haltes met de tram.
Dan beginnen de onderzoeken. De dierenarts hoeft maar een blik op Bamf te werpen om te zien dat er iets heel erg mis is. Ze heeft ook hoge koorts en is duidelijk verzwakt. Bloed afnemen dan maar, maar dat gaat heel erg moeilijk, omdat Bamf hele erge bloedarmoede blijkt te hebben. Wachten op de uitslag van de eerste test en ja: Bamfs hoeveelheid rode bloedlichaampjes is gevaarlijk laag. Gezonde katten zitten op een waarde van 30, maar Bamf slechts 11. Het is een hele goede dierenarts, goed met dieren maar ook met mensen. Ze legt uit dat dit heel erg ernstig is, en dat direct verder onderzoek nodig is. Het lijkt op katten-aids (FIV) wat in dit stadium fataal is. Suiker of nieren zijn het in iedergeval niet, en haar organen lijken ook niet ontstoken te zijn.
Maar… aan de testen hangt wel een behoorlijk prijskaartje en ze wil weten of we akkoord gaan. Ik schrik wel van het bedrag, maar wat voor prijs hang je aan het leven van je “kind”? Dat zijn mijn katten toch voor mij.
De dierenarts is ook heel openhartig tegen me: dit bedrag is geen garantie dat Bamf het gaat redden.
Maar eigenlijk is er niks om over te twijfelen. De onderzoeken worden gedaan.
Er volgt een verschrikkelijk half uur. Marleen en ik wachten met Bamf in een apart kamertje terwijl de dierenarts een aids en leucose test doet. Ik kan Free niet telefonisch bereiken en sta er op dat moment alleen voor met het schrikbeeld dat ik misschien zonder Bamf de praktijk zal moeten verlaten.
Er gaat vanalles door je hoofd, ook de bezorgdheid voor de andere twee katten. FIV is besmettelijk… stel je voor, raak ik 3 katten tegelijk kwijt?
Dan komt het verlossende antwoord. Het is geen FIV of Leucose. Wat het dan wel is moet nader onderzocht worden en er gaat ook bloed naar een groot laboratorium in Utrecht.
Ze kunnen in iedergeval beginnen met het behandelen van Bamf. Eigenlijk moet ze aan het infuus, omdat ze zo verzwakt en uitgedroogd is, maar dat kan niet omdat dat haar bloed nog meer zou verdunnen.
Ze krijgt twee Prednison prikken, een kort-en-snel werkende en een langdurige. Daarnaast krijgt ze een antibiotica prik die tot morgenmiddag zou moeten werken. Voor de rest van de week krijgt ze antibioticapillen.
De Prednison moet haar imuumsysteem (dat heel zwaar van slag is) weer stabiliseren en de antibiotica dient om de koorts te verlagen en de ontstekingen te remmen.
Ik moet de komende dagen Bamf goed in de gaten houden: als er verslechtering optreedt moet ik meteen terugkomen. Maandag moet er sowieso weer bloed geprikt worden om te zien of ze herstelt.
Voorlopig blijft haar herstel onzeker, ze is te verzwakt. Maar mijn schuldgevoel wordt gesust: dit moet al veel langer dan afgelopen weekend gespeeld hebben. Zaterdag naar de dierenarts gaan was natuurlijk beter geweest, maar had de uitslag niet zekerder gemaakt.
Nu volgt een dag van wachten en kijken. Gelukkig ben ik vandaag vrij. Hoe het morgen gaat, zie ik dan wel weer. Nu ga ik weer bij Bamf op bed liggen.
Ze lijkt iets opgeknapt te zijn, maar dat kan ook wishful-thinking zijn natuurlijk. Ze heeft lekker wat tartaar gegeten en nu ligt ze op Free z’n bed, naar de vogeltjes buiten te kijken.
En je ziet haar denken: Wacht maar… nu zijn jullie veilig, maar… I’ll be back!
